Het
ZID is in het bezit van een vrij uitgebreide colectie badkleding van vroeger tot nu.
Veel materiaal (meer dan 70 badpakken) is afkomstig
uit de historische collectie van Tweka - Ten Cate.
Het oudste badkostuum is uit 1850.
Maar er zijn nog enkele hiaten. Zo ontbreken er nog een
aantal soorten zwempakken uit de eerste vijfendertig jaar
van de vorige eeuw.
Wie nog zo een badpak heeft en dat (in bruikleen) wil afstaan
verzoeken wij contact op te nemen met het ZID.
Hieronder volgt een kort historisch overzicht
van de badmode in Nederland:
Badmode van de 1e t/m de 18e eeuw
In de
tijd van de Romeinen nam men naakt in de thermen en / of
rivieren een bad.
Tijdens
de vroege middeleeuwen sprong de ridder naakt in de rivier
en in de badhuizen van de 13e en 14e eeuw was er van badkleding
al evenmin sprake.
Wilde men in bad niet gezien worden, dan kon men de gordijnen
dichttrekken, want in die tijd waren baden in de regel door
gordijnen omgeven, of men kon melk aan het water toevoegen
om het troebel te maken.
In de oudheid en middeleeuwen is er dus geen sprake van
badkleding omdat men gewoon naakt zwom.
Pas
tegen het einde van de 15e eeuw was er sprake van badkleding
bij het gemengd baden. Het baden was toen in diskrediet
geraakt en men hulde zich in badhemden van wit linnen.
Dit is heel lang zo gebleven, want op afbeeldingen uit de
17e en 18e eeuw staan baadsters bij het "pootje baden"
in beek of rivier in hun hemd met stroken langs hals en
mouwen.
Ook
omstreeks 1800 toen de zwembaden en badhuizen weer in aanzien
kwamen, baadde de vrouwen in hansoppen. Mannen bleven overwegend
naakt poedelen.
Badmode in de 19e eeuw
Tot
ver in de 19e eeuw zwommen mannen, hoewel gescheiden van
de vrouwen, nog naakt zoals in de middeleeuwen. Maar in
nette badplaatsen moest men "zogenaamde" zwempakken
dragen op boete van 3,--.
Vanaf
begin 19e eeuw baadden de meeste vrouwen in zee in allesomvattende
hansoppen c.q. badhemden. Het waren lange brede losse hemden
met lange mouwen, dichtgeregen rond de hals en reikend tot
de enkels.
Men ging slechts in het water vanuit een strandkoetsje om
enkele malen (3x) onder te dompelen in de armen van een
badman / - vrouw.
In 1885 mocht men in Katwijk volgens de politieverordening:
"alleen nog baden in open zee zonder badhemd wanneer
men gebruik maakt van een met paard getrokken badkoets,
voorzien van een neergelaten zeil."
 |
|
Scheveningen
± 1860
|
Toch
komt het badkostuum er al een beetje in.
Vanaf
midden 19e eeuw veranderden de hemden in badkostuums. Ze
bestonden uit twee delen: een lange tuniek (= overkleed
met mouwen) en een kniebroek, die samen het hele lichaam
bedekten. Bijbehorend waren vooral veel mutsen, omdat men
niet bruin wilde worden zoals buitenwerkende arbeiders.
Blank blijven was het motto.
 |
Badpakken
einde 19e eeuw
|
De kostuums
werden gewoonlijk gemaakt van wol en ze waren daardoor ongeschikt
voor het zwemmen maar ontworpen om op het strand te dragen.
De kleur was meestal rood, blauw of zwart omdat dat de blankheid
van de huid zo goed deed uitkomen.
Aan
het einde van de 19e eeuw, rond de eeuwwisseling, komt er
een revolutionair ding: een ééndelig badkostuum.
Dat wil zeggen een kostuum met de matrozenkraag en met aangebouwde
pantalon die boven de enkels / knie is ingenomen. Bij het
gemengd zwemmen mochten de brede kragen en mouwen er af.
De mannen baadden in zogenaamde "Sing-Sing" streepjespakken
met lange mouwen en pijpen en rijen knoopjes op de borst.
 |
Sing-Sing
mannen badpak |
Alleen
bij heren zwemwedstrijden werden zwembroeken ter grote van
een flinke onderbroek toegestaan.
Badmode in de 20e eeuw
Omstreeks
de eeuwwisseling werd de badmode stap voor stap gewaagder
en frivoler.
Sinds
de Australische zwemster Anette Kelderman in 1910 in een
ééndelig zwempak Het Kanaal overzwom, wonnen
deze badpakken aan populariteit. Broekspijpen werden korter
en korte mouwtjes veranderden in schouderbanden.
Ook aan het strand werden de broekjes van de badpakken korter
en de bovenstukken sierlijker.
Aan het strand werd een hoofddoek gedragen en in het zwembad
een muts van rubber. Die mutsen zag je na de Eerste Wereldoorlog
in allerlei kleuren.
 |
|
De
eerste badmutsen......
|
In het
begin van de 20e eeuw, toen de tricotage-industrie opkwam,
werd het ondergoed en de badkleding van tricot (= machinaal
gebreide stof met fijne lijnen aan de ene kant en dwarsribbeltjes
aan de andere kant) gemaakt. In 1920 werd in de V.S. de
eerste, elastische, uit één stuk bestaande
badpakken vervaardigd.
In de
jaren twintig werden de meeste badpakken ontworpen om op
het strand te dragen en niet om in te zwemmen.
 |
Tweka
reclame
uit de jaren dertig
|
Het
badpak werd in de loop der jaren steeds korter, totdat in
de jaren dertig eerst het rugloze badpak populair werd en
erna het tweedelig badpak in de mode kwam.
 |
Badkleding
jaren veertig
|
Na de
Tweede Wereldoorlog maakte de uitvinding van sneldrogende
lichte stoffen de zwemkleding steeds populairder.
In de
vijftiger jaren werden badpak, zwempak en badkostuum onderling
verwisselbare namen voor hetzelfde kledingstuk.
Het tweedelig badpak werd gaande weg teruggebracht tot bikini,
al bleven gewone badpakken vooral bij het zwemmen in gebruik.
De mannen droegen zelden meer dan een zwembroekje.
Zwempakken
in de jaren zestig werden weer voorzien van baleinen en
korsetten om de volle buste en de smalle taille te benadrukken.
Er werd op vroegere badkleding teruggegrepen. Als reactie
daarop werd in 1964 de halve bikini, de monokini, meer populair.
 |
|
Bikini
uit 1965
|
Ook
verschenen er kortere badpakken die rond de bovenkant van
de dijen, bij de armen en schouders waren weggesneden.
 |
 |
|
Zwemmode
uit 1972
|
Die
trend zette zich voort in de jaren zeventig.
In de
jaren tachtig werd het badpak ontworpen rondom de lijnen
van het lichaam.
 |
| Badpak
1984 |
Eind
jaren negentig werd de hydrodynamica toegepast om snellere
wedstrijdzwempakken te ontwikkelen.
- Zo
hanteert Speedo het haaienhuidprincipe.
D.w.z. pakken van elastische stof vol "haaientandjes"
die de waterstroom rond het lichaam kanaliseren en volgens
de fabrikant de weerstand met 19% omlaag brengen.
Olympisch kampioen Pieter van den Hoogenband zwom in zo
een haaienheupbroek met lange pijpen.
- Nike
werkt met het meer-stoffen principe.
D.w.z. dat zo en pak nooit uit één en dezelfde
stof bestaat. De werking wordt beter als veel bewegende
delen (armslag borstcrawl) met een andere stof bedekt
worden dan rustig bewegende delen (romp). In sleeptanks
is bepaald welk lichaamsdeel met welke stof de minste
weerstand ondervindt. Het pak is glad en geplakt i.p.v.
gestikt.
- Adidas
gebruikt het jetstream principe.
D.w.z. strakke nauwsluitende pakken om de spieren te comprimeren
en met die compressie de doorbloeding te bevorderen. Op
de rugpartij zijn ribbels aangebracht die het water sneller
langs de rug laten stromen, met als gevolg een gunstiger
"liftprincipe" oftewel vlakkere ligging.
De Australische wereldkampioen Ian Thorpe zwom in zo een
volledig pak naar zijn titels.
Badmode begin 21e eeuw
Begin
jaren 2000 zet de research naar snellere zwempakken zich
versneld door t.b.v. de Olympische Spelen 2004 in Athene.
De gemiddelde
moderne badkledingmode is voorspelbaar.
In de rekken van de badpakverkopers hangen steevast lichaamsvolgende
pakjes voor in zee of zwembad. Veelal donker van kleur,
met het oog op afslankend effect.
Gefabriceerd
met weinig stof, om zoveel mogelijk huid een kans op bruin
te gunnen.
Voor
meer informatie
- De
geschiedenis van de badmode
Tweka-uitgave ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan
van Tweka 1916-1991.
- Vrouwen-Beweging
J. Steendijk-Kuijpers, 1999, Erasmus Publishing - Rotterdam.
ISBN 90-523-5133-3
- Het
bad
Eline Canter Cremers-van der Does, 1965, Van Dishoeck
- Bussum.
-
Tirions Kostuumgids
M. Conrads e.a., 1988, Tirion - Baarn.
ISBN 90-5121-089-2
- Mode
uit de vijftiger jaren
P. Baker, 1991, Dahlgaard media - Gilze.
ISBN 90-5666-015-2
-
Das Buch vom Bad
F. de Bonneville, 1997, Wilhelm Heyne Verlag
ISBN 3-89910-160-X
- Pootje
baden de vaderlandse geschiedenis van het badleven
J.M. Galjaard, 1966, A. Oosthoek's Uitgeversmaatschappij
- Utrecht.
|